’Het mysterie is een belangrijke kwaliteit’

’Het mysterie is een belangrijke kwaliteit’

Henri Rousseau: ‘Wandeling in het bos’ (1886-1890) olieverf op doek

Bij de Nieuw-Zeelandse filmregisseur Jane Campion (Wellington, 1972) hing vroeger thuis een mysterieus schilderij aan de muur. Als kind maakte dat een onuitwisbare indruk op haar. Het schilderij toont een dame in een Edwardiaanse, hooggesloten, zwarte japon. Ze heeft een paraplu in haar hand en kijkt enigszins benauwd, zo niet angstig om zich heen. Ze bevindt zich in een dicht bos waarvan de stammen hoog in de lucht schieten. Ze verdwijnt bijna in de voorstelling. In Jane Campions kindertijd was het schilderij een toonbeeld van mysterie, het bracht haar, zoals ze later vertelde, in de war. Er gebeurde iets, er was iets gaande, maar wát?
Wandeling in het bos is de titel. Het werd tussen 1886 en 1890 geschilderd door de Franse kunstenaar Henri Rousseau (1844-1910) die graag het geciviliseerde en primitieve in zijn schilderijen bij elkaar bracht. Keurig geklede mensen uit de betere kringen, geconfronteerd door een magische natuur die hen omgeeft en insluit. Het is een situatie zoals we die terugzien zien in de films van Jane Campion, met name in The Piano uit 1993. Daarin wordt een stijve, Victoriaans geklede Engelse vrouw met haar dochtertje en haar spullen, waaronder een piano, door scheepslieden aan wal gebracht, dat wil zeggen op een verlaten strand, de Black Sand Beach in de buurt van Auckland in Nieuw Zeeland achtergelaten. Ze vertegenwoordigt in haar kleding en muziek de westerse beschaving, maar komt in een mysterieuze natuur terecht en ontmoet een inlander aan wie ze de ‘beschaving’ over wil brengen door hem piano te leren spelen, maar door hem juist geconfronteerd wordt met de primitieve natuur in de vorm van seksuele toenaderingen van zijn kant. Het begon al met die piano in het natte zand. 
‘Het mysterie in mijn films is een belangrijke kwaliteit,’ zei Jane Campion indertijd in een interview. ‘Een andere reden waarom ik The Piano wilde maken, is mijn herinnering aan dat schilderij van Rousseau bij ons thuis. Het mooiste is als het mysterie onopgelost blijft, dat maakt het sterker. Er zijn inderdaad veel details in mijn film die ik zelf niet kan verklaren.’
Rousseau’s Wandeling in het bos werd het belangrijkste referentiepunt voor de dichte, ongetemde Nieuw-Zeelandse bush in de film. Zoals Rousseau droomlandschappen schilderde vanuit herinnering en verbeelding in plaats van de werkelijkheid, doordrenkte Campion het Nieuw-Zeelandse landschap met een vergelijkbaar gevoel van oeroude magie en psychologisch mysterie. Het dichte gebladerte fungeert vaak als een spiegel voor de inverwarring verkerende beschaafde mens als deze zijn houvast verliest.
Door Rousseau wist Jane Campion ook hoe ze haar verhaal vorm wilde geven, op een bijna sprookjesachtige, symbolische manier waarin het seksuele ontwaken in de wildernis de belangrijkste rode draad in de film is. 
Jane Campion: Eén van de essentiële kwaliteiten van de romantiek is het oproepen of creëren van de natuur als een overweldigende kracht. De gemakkelijkste manier om dit te verbeelden is via een landschap. De macht van de natuur die de mens nederig maakt. 
Ik groeide op in dit type landschap. Voor Nieuw-Zeelanders is de mythologie van de bush even groot als de hooglanden voor de Brontë-zusters.’
Eric Bos