Ze voelde zich even een koningin

Ze voelde zich even een koningin

Edouard Manet: ‘Olympia’(1863) olieverf op doek (130,5x190cm).



Ze oefent haar beroep van schildermodel uit, zoals duizenden vrouwen in het Parijs van de 19de eeuw. De meeste van haar collega’s zijn afkomstig uit de provincie, maar zij werd in 1844 als Victorine Meunier in de Franse hoofdstad geboren. Vandaag, in de zomer van 1863, ligt ze model voor EdouardManet, een kunstschilder voor wie ze dat vaak doet. In de pauzes praten ze over kunst en het kunstklimaat, over de Parijse Salon, want ze is hevig geïnteresseerd in het schildersvak. Hij neemt haar mening serieus.
Ze ligt gemakkelijk, dit houdt ze nog wel een uur vol, alleen haar nekspieren beginnen wat pijnlijk te worden. Ze moest haar hoofd overeind houden, had hij gevraagd, en een beetje zelfverzekerd, dus brutaal, de wereld inkijken. Als jij naar mijn naakte lichaam kijkt, heb ik het recht om terug te kijken. 

Ik schilder je als een door de wol geverfde prostituee, had hij gezegd, die weet wat ze waard is. Ik vraag je zwarte collega Laure als model voor een bediende achter je bed met een bos bloemen van een aanbidder in haar handen. Een klant zul je bedoelen, had ze spottend opgemerkt. Nee, zei Manet, je bent een courtisane, je hebt geen klanten, maar aanbidders. De mannen vallen voor je op hun knieën.
Ze lacht, ze voelt zich even een koningin. Ik noem je Olympia, zegt hij. De hemelse, de berg van de goden. En ik schilder er nog een kat bij, zegt hij, want katten hebben dierlijke verlangens, ze weten wat ze willen, ze laten zich niet zonder handschoenen aanpakken. 

De meeste modellen, weet ze, beoefenen de prostitutie. Net als de bloemenmeisjes, de balletdanseressen en de serveersters, van allerlei allooi. Ze kent ze wel, verloren stakkerds, maar ook geraffineerde courtisanes die in goeden doen raakten via de portemonnee van hun aanbidders. Iedereen probeert het hoofd op haar eigen manier boven water te houden. Ze heeft geluk dat ze van het model staan kan leven. Kunstenaars zoeken hun modellen graag onder de prostituees, kleurrijke types zonder al te veel gêne. Zo is zij niet. Ze wil ook geen model blijven, ze wil zelf kunstenaar worden. Ze heeft zelfs niks met mannen.

Onlangs zat ze nog model op een schilderij van Manet dat een schandaal veroorzaakte. Dejeuner sur l’herbe, had hij dat genoemd. De bedoeling was dat ze naakt bij enkele geklede heren in het gras zit te picknicken. Teleurstellend was dan weer wel dat Manet niet háár lichaam schilderde, maar die van zijn Nederlandse vrouw Suzanne. Met het hoofd van Victorine. Een rare keuze, maar schilders hebben wel vaker gekke ideeën. Later zal ze zelf schilder worden, maar dat weet ze nu nog niet. Voorlopig heeft ze daar wel gedachten over en leert ze tijdens het model zitten en passant veel over het schildersvak.    

Musée d’Orsay in Parijs is haar vaste onderkomen, net als voor veel van haar geschilderde tijdgenoten. Ze weet nog dat het museum een spoorwegstation was. Ze stapte er in 1906 in de trein toen ze naar Colombes verhuisde. In 2015 was er eententoonstelling in het Amsterdamse Van Goghmuseum: Lichte zeden. Prostitutie in de Franse kunst. Liefst 420.000 mensen kwamen naar haar collega’s kijken. Zoveel klanten telt een dame van lichte zeden in de praktijk nooit. Alleen zij wasthuisgebleven, een koningin in haar eigen paleis.
Eric Bos

Deze tekst verscheen in bewerkte vorm als Visualia 1106 in Dagblad van het Noorden.