Sporen van aanwezigheid

Sporen van aanwezigheid

Maaike Schoorel: ‘Parsley’ (2019) olie op doek (50x40cm)


Soms presenteert kunst zich als een raadsel. Zoals het werk van Maaike Schoorel (Santpoort, 1973). In het Kunstmuseum in Den Haag zag ik jaren geleden van haar een groot, bijna wit doek, 2,30 meter hoog, dat zich nauwelijks onderscheidde van de witte muur erachter. Waar keken we naar?
‘Droomvlucht en engel’ heette het. Maar er was geen engel te zien. Was die al aan haar droomvlucht begonnen en achter de horizon verdwenen?
Maaike Schoorel deed haar opleiding aan de Rietveld Academie en de Royal College of Art in Londen en maakt al lange tijd internationaal furore met grote abstracte voorstellingen die langzaam zichtbaar worden vanuit het wit, het zwart of een kleur. Het zijn schilderijen die zich pas laten kennen als je de tijd neemt en heel goed kijkt. Maar wat zien we dan?
De kunstenaar bouwt haar voorstellingen op met dun aangebrachte lagen verf met accenten in epoxyhars. In ‘Droomvlucht en Engel’ (2017) gooide ze voor het eerst de voorstelling helemaal overboord. Dus zo gek is het niet dat we niet in eerste en zelfs niet in tweede instantie herkenden wat ze wilde laten zien. Ze bouwde het beeld op met twee aparte doeken die door een kaarsrechte verticale lijn van elkaar worden gescheiden.
In het begin koos ze foto’s uit familiealbums of tijdschriften en deed ze haar best om ‘klassiek’ te schilderen met herkenbare genres. Maar bij haar steeds abstracter wordende werk moeten we anders denken, het beeldloze beeld anders benaderen. Waarbij de titel ons kan helpen. Stel dat er engelen bestaan, hoe zouden ze er dan uitzien? Als ze vliegen, wat ervaren we dan? Een ondefinieerbare, witte aanwezigheid, misschien. Een diffuus lichtbeeld. Het zoeven van vleugels die slechts een spoor in de lucht achterlaten. Voor de engel een droomvlucht, voor ons een raadsel. Wat rest zijn kleine tekenen die we na lang kijken zien opdoemen, sporen van kortdurende aanwezigheid, van vleugels die het doek even hebben aangeraakt. Kijk maar naar de sporen in de verf. Het beeld was er wel, maar het is alweer voorbij en wij zien de vegen, de luchtwervelingen, waar engelenvleugels het doek en de verf heel even hebben aangeraakt, geschampt, zou je kunnen zeggen. De door onze hersenen geregistreerde feitelijke titels zetten het oog op het spoor van het bijbehorende beeld. Maar het beeld is er niet meer. Het enige wat we zien is dat het er geweest is. ‘Schoorels methode werkt het beste als het oog deze oefening net niet helemaal kan voltooien en blijft ronddolen,’ schreef iemand over dit schilderij.
Een ander voorbeeld is Parsley uit 2019. In een blauw vlak zien we aanrakingen van geel, wit, zwart en roodbruin. Parsley is Engels voor peterselie. Peterselie is groen. Zodat onze ogen zelf het blauw van de achtergrond moeten mengen met de gele veegjes en Maaike Schoorel, in plaats van met een kwast, met een bosje peterselie over het doek heeft gestreken, zoals de engel in het andere schilderij dat met haar vleugels deed. 
De kracht zit hem in hoe het beeld ontstaat in die ogenschijnlijke schilderkunstige leegte, en wij ons best moeten doen om het beeld te zien, of meer nog: te ervaren. Het is de leegte die je misschien het beste kunt vergelijken met de stiltes in muziek. Zoals bijvoorbeeld de lange stiltes in de abstracte muziek van de Russische componiste Sofia Goebaidoelina (1931-2025). Het is de spanning tussen het wel en niet tonen, de figuratie voorbij, terug naar de absolute helderheid. 

Maaike Schoorel: ‘Parsley’ (2019) olieverf op doek (50×40)