
Visualia 1598
In het Groninger Museum worden we bijna overal door kleur omarmd. Je belandt van het ene kijkavontuur in het andere, zoals in de beste dagen van het museum. De postmoderne opzet van museumontwerper Alessandro Mendini (1931-2019) die over de glimmende en kleurige buitenkant van de dingen gaat, heeft tegenwicht gekregen van kunst die de inhoudelijke en filosofische betekenis van de dingen onderzoekt. Zo’n twintig internationale kunstenaars doen over vier exposities verdeeld onderzoek naar de machtsverhouding in architectuur, kunst en het dagelijks leven. Zoals naar de ongelijke verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars in de collectie. Ze stellen dus ook vragen aan het museum zelf.
De identiteit van het Groninger Museum is vorm en kleur. Het postmodernisme wordt oogstrelend samengevat in de prachtige collectie design gebruiksvoorwerpen in paviljoen Coop Himmelb(l)au. Gebruiksvoorwerpen als kunst. De filosofische inhoud van de dingen wordt onderzocht op de expositie The Architect and the Housewife door vier kunstenaars, de Britse Katie Schwab, Pamela Phatsimo Sunstrum uit Botswana, de Poolse Margaret Raspé en de eigenzinnige, Groningse Ploegkunstenaar Alida Pott. Pamela Phatsimo Sunstrum toont in haar schilderijen het seksisme in de beeldtaal van de film noir. Margaret Raspé onderzocht de relatie tussen het menselijk lichaam en mechanische processen. Het uitgangspunt is een opmerking van filosoof Wittgenstein dat filosofie geen gebouwen bouwt, maar slechts kamers opruimt. De dieperliggende betekenis van het huishouden betreft het cyclische verschijnsel van het huishouden, dat in metafysische zin verbonden wordt met de cyclus van de seizoenen of van leven en dood. Maar hield Alida Pott zich daar op die manier mee bezig?
Verrassend is het om in een vitrine een door Alida in de jaren 1920 beschilderd eierdopje tegen te komen, een ontroerend kleurig kleinood uit het museumdepot. Door deze andere context zie je haar niet alleen eierdopjes beschilderen, maar ook in de cyclus van afwassen en opruimen terecht komen.
Kleur is de verbindende factor. Bovenaan en onderaan het Mendini-trappenhuis zien we series diepkleurige collages, Fantasías, van de Oostenrijkse kunstenaar Elisabeth Wild (1922-2020) die vaak met haar dochter, de Argentijnse Vivian Suter exposeerde. Ook nu. In het Mendini-trappenhuis doen de met verf en regenwater beschilderde lappen textiel van Vivian Suter sterk denken aan het landschap van Guatemala waar ze lange tijd werkte. Haar kleurige doeken zijn ook te zien in Kunsthal KAde in Amersfoort.
Kleur heeft deze keer zelfs gezelschap gekregen van geur. In verschillende zalen komen we flesjes parfum tegen, ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar Frances Stark. Ze staan op kleine sokkels tegen roze wanden die de naam ‘Rosa Oshima’ dragen, één van de 22 kleuren van het palet dat Mendini had samengesteld voor zijn postmoderne museumconcept. Als je je neus heel dicht bij de flesjes houdt, ruik je de inhoud, de ene serie snoepjeszoet, de andere zoetig met een vleugje kruidigheid. Zoals Alida met verf van haar eierdopje kunst maakte, zo beschildert parfum onze huid.
Eric Bos
‘Moge kunst de toekomst regisseren’. Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Open: di-zo 10-17 uur. www.groningermuseum.nl
Deze Visualia verscheen op 29 september 2026 in Dagblad van het Noorden.





